fbpx

Mijn borderline was niet meer te genezen

“Heb je al een diagnose?”

Tegenover me zat André, de psychiater. Zijn vraag klonk bijna alsof hij niet kon wachten om me er eentje aan te smeren.

Ik schudde mijn hoofd. Ik verwachtte dat André zijn agenda erbij zou pakken en me zou vertellen wanneer ik terecht kon voor een uitgebreide hersentest. Wist ik veel. In plaats daarvan pakte hij iets anders van zijn bureau: een boekje met ‘DSM-5’ erop. Het diagnoseboekje.

Als een menukaart bladerde hij door alle aandoeningen. Ondertussen stelde hij vragen.

“Je beschadigt jezelf, toch?” Ja. “Wil je anderen weleens iets aandoen?” Nee. “En je wil geen einde aan je leven maken, toch?” Nee.

Ik fantaseerde over de aandoeningen die hij overwoog. Misschien ben ik nog wel in de race voor psychopathie. Of ik heb alle kenmerken van een schizofreen. Mijn laatste momenten zonder diagnose voelden als de minuten voordat je je staatslot checkt. Alles is nog mogelijk. Hierna komt er alleen nog teleurstelling.

“Je hebt vier kenmerken van borderline.” André had zijn boekje alweer dichtgeslagen. “Dat is lang niet de volledige aandoening, maar laten we het daar nu maar op houden.”

Oké, heftig. Borderline dus. Is dat heftig? Wat is het eigenlijk? Ik besloot zo min mogelijk vragen te stellen, voordat hij zich ineens bedacht en zijn menukaart er weer bij zou pakken. Eén ding wilde ik wel weten: “Hoe kom ik er weer vanaf?”

Fout. Je komt er dus niet meer vanaf, vertelde André me. Je leert ermee omgaan. “Er zijn genoeg borderline-patiënten die best gelukkig zijn”, zei hij.

De maanden zou dat mijn doel worden: leren omgaan met mijn diagnose. In een driekwartjaar-durende behandeling werkte ik daaraan. Thuis vulde de boekenkast zich met titels als ‘een kind met borderline: komt het nog goed?’ en ik vond steun bij leeftijdsgenoten die hetzelfde label hadden gekregen.

Na negen maanden had ik mijn afrondingsgesprek. Niet met André; hij was een maand eerder met pensioen gegaan. Nee, voor me zat nu een jonge, opgewekte vrouw. De nieuwe psychiater. Ik vertelde haar over hoe het was geweest. Dat ik het moeilijk vond om de borderline-diagnose te accepteren, maar dat ik ermee heb leren omgaan. Het bleef even stil. Ze keek bedenkelijk. “Heeft André gezegd dat je borderline hebt?”

Ze pakte een boekje uit haar kast. DSM-5. Ze bladerde en stelde vragen. Beschadig je jezelf? Wil je anderen pijn doen? Wil je dood? Ik kon de vragen dromen. Het boekje ging weer dicht.

Er klonk een zucht. “Jij hebt geen borderline, hoor.” Ze leek overtuigd. “Je hebt wel een stoornis, ik zou niet weten welke. Maar geen borderline. Dat weet ik zeker.”

Oké. Heftig. Negen maanden heb ik gewerkt aan mijn borderline persoonlijkheidsstoornis. Een stoornis die ik nu ineens helemaal niet blijk te hebben. Ik had de loterij niet gewonnen. Sterker nog, mijn lot was nep. Mijn behandeling was afgerond, maar ik kon weer helemaal opnieuw beginnen. Hoe? Geen idee.

Laat mij die menukaart nog maar even zien.

De gebruikte namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

5 reacties

  1. Majella schreef:

    Ze plakken gauw een labeltje aan een stoornis, je hebt dit of je hebt dat. Als ze het niet weten krijg je de etiket NAO stoornis.of te wel Nader Ander Omschreven. Dan heb je overal wat van elke stoornis dus kenmerken hier of daarvan. Lieverd het is ook meestal zo hoe leer je ermee omgaan? Volgens mij kun jij dit heel goed…..je bent zo goed bezig, dit blog wat je schrijft is zo goed . Ik heb bewondering voor je!!!

  2. Jannie schreef:

    Lieve schat ze hebben het je ook niet makkelijk gemaakt. Dacht je ergens te zijn en aan er werken……denk ik dat jij dacht moet ik nu weer overnieuw beginnen? Maar zo leer je er ook van en daar ben je sterk genoeg voor. Dat heb je zelf al bewezen door het zo op papier te zetten. Ik hou van je mop.

  3. Jo schreef:

    Je mentale verhalen opschrijven en delen met zoveel anderen geeft aan hoe sterk je bent. Je hebt zoveel te geven Iris. Ik kijk naar ze uit. Nog steeds vind ik het prettig om dingen op te schrijven om mijzelf duidelijkheid te geven! Ik kreeg destijds, ruim 11 jaar terug, de diagnose dat ik een persoonlijkheids stoornis had. Welke? Geen idee. Ik heb ook hard aan mezelf gewerkt tijdens mijn opname en dat werken aan jezelf stopt nooit! Dat is helemaal niet akelig, het houdt je gefocust en alert. Dat is goed. Ik vind eigenlijk dat elk mens, met en zonder labeltje, altijd aan zichzelf zou moeten werken, daar worden we allemaal mooier van. Die persoonlijkheids stoornis heb ik nog altijd..en dat is prima. Hang in there Iris! Je bent goed zoals je bent. Xxxx

  4. Riet schreef:

    Nou, lekker dan Iris..
    Laten ze je maandenlang werken aan je een ‘stoornis’ , vertellen ze je bij het afsluitend gesprek dat de diagnose niet klopte??
    Dat is een klap in het gezicht.

    Tja, ook de psychiaterie is mensenwerk, dat zie je maar weer.
    Maar het geeft je vertrouwen in de hulpverlening een deuk.
    Hopelijk ben je er achter gekomen dat er ook goede hulpverlening wordt aangereikt .
    Krachtig ben je !
    Dat vertelt een ieder hier dus ik ga je niet nóg meer veren enzovoort…..
    En Jo geeft gelijk.
    Ieder mens zal aan zichzelf moeten blijven werken….de label- loze hebben te vaak de kunst van het ‘verbergen van hun innerlijk gevoel’ onder de knie gekregen.

    Ga vooral door met je blog.
    Ze zijn een houvast voor anderen en een pleister op de wond voor jezelf
    Liefs,
    Riet

  5. Eline schreef:

    Ik heb de diagnose borderline en ben op zoek naar een nieuwe psycholoog nu ik uit de kliniek ben (al zeven maanden zoeken, wachten en nog meer zoeken). En heb bij elke nieuwe persoon die ik spreek de angst dat ze precies dat zullen zeggen: “je hebt geen borderline”. De angst dat ik de afgelopen twee jaar heb weggegooit aan het werken aan de verkeerde dingen.
    Je schrijfstijl is geweldig! en je verhalen herkenbaar.
    Stay strong! en al die andere cliche uitspraken die toch wel heel waar zijn 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *