fbpx

Leg aan een kind maar eens uit dat je jezelf snijdt

“Wat heb jij nou op je armen?”

Ik zit hurkend op het tuinpad het onkruid tussen hortensia’s vandaan te vissen. Verbaasd draai ik me om. Een meisje van een jaar of zeven kijkt me vragend aan.

“Hoe kom je daaraan?”

Ik bevries. Duizenden gedachtes schieten door mijn hoofd. Gewoon eerlijk zijn? Nee, straks bezorg ik het kind nog een trauma. Negeren kan ik haar ook niet. Het ziet ernaar uit dat deze dame mijn tuinpad niet gaat verlaten voor ze antwoord heeft.
Ik kijk haar aan en hoor mezelf dan de volgende woorden uitkramen: “Uitslag. Door de planten. Allergische reactie.”
Had ik echt niets beters kunnen verzinnen? Het is een kind van zeven, geen debiel. Uit angst voor een reactie wend ik me weer tot mijn stukje voortuin. Het meisje stelt gelukkig geen verdere vragen. Ze kijkt nog even naar hoe ik nu een stuk minder gecontroleerd plukjes weegbree uit de grond trek. Dan vertrekt ze.

Die is gek geworden, zal ze wel gedacht hebben.

Ze moest eens weten.

Het stadium van lange mouwen dragen bij temperaturen van dertig graden ben ik gelukkig ver voorbij. Dat mensen staren kun je niet voorkomen. Sterker nog: ik doe het zelf ook. Het is nu eenmaal een bijzonder beeld: armen vol rode strepen, meestal horizontaal en gelijkmatig verdeeld over het huidoppervlak. De meeste mensen moeten even twee keer kijken.

De ervaring leert echter dat het in de meeste gevallen bij kijken blijft. Waarom? Ik heb geen idee. Misschien houden ze hun mond uit respect, denken ze dat ik niet op hun vragen zit te wachten. Misschien zijn ze bang om een gevoelig onderwerp aan te snijden (no pun intended). Óf ze denken gewoon aan mijn armen te kunnen zien dat ik zó gestoord ben dat ze maar beter afstand kunnen bewaren. Ik weet het niet en dat vind ik geloof ik wel prettig.  

Toch is er één groep mensen die zich door geen enkel van deze beweegredenen laat tegenhouden. Ongefilterd banjeren ze door elk sociaal kader heen: kinderen.

Het is niet zo dat ik hun ongeremde input niet waardeer, integendeel. Als volwassenen nog steeds zo nieuwsgierig zouden zijn als de gemiddelde zevenjarige, zouden we elkaar een stuk beter kunnen begrijpen. Toch bezorgt hun onverwachte directheid me soms koude rillingen over mijn rug.

Hetzelfde meisje stond twee dagen eerder ook al in mijn tuin. Deze keer trof ze mij samen met mijn vriendin. “Meisjes kunnen helemaal geen verkering hebben”, legde ze ons uit. Haar bron? Een voorleesboek over een prinses en een prins. Ga daar maar eens tegenin.

En zo heb ik vaker met mijn mond vol tanden gestaan tijdens een gesprek met een kind uit groep vier. In hoeverre kun je eerlijk zijn tegen kinderen die zich nog lang niet bewust zijn van hoe complex de wereld eigenlijk is? Het liefst wil je dat ze zich nooit zullen realiseren dat de Tandenfee er een vrij dubieuze hobby op nahoudt. Je wilt dat ze zich nooit gaan voorstellen hoe snel die boot én dat paard van Sinterklaas wel niet moeten zijn. We hebben allemaal geleerd dat de wereld er dan ineens een stuk ingewikkelder uit gaat zien.

Ik vind dat we onze kinderen best kunnen vertellen dat meisjes met meisjes kunnen kussen en dat er geen vagina nodig is om een kind op te voeden. Maar voor de ellende van depressies en zelfbeschadiging behoed ik ze liever nog even.

Als het meisje nog eens op mijn tuinpad verschijnt, weet ik nu wat ik moet zeggen. Ik vertel dat ik een ziekte had die voor de wonden zorgde. Dat het lang duurde voordat ik genezen was. Dat mijn ouders me heel goed hebben geholpen en dat ik nu weer beter ben.

Want de helende werking van een kus van je moeder; dat begrijpt ieder kind.

12 reacties

  1. Laura schreef:

    Dit komt net optijd! Ik ben monitor op een kamp en draag er nu een verband rond omdat ik niet wist hoe het aan te pakken. Als ze me nu vragen wat er is zeg ik dat ik mijn pols verstuikt heb

  2. Jannie Haverlag schreef:

    Weer prachtig geschreven Iris en een oplossing gevonden wat je aan een kind van zeven kan vertellen. Ik zie dat andere nog maar niet zo doen maar jij kan dat.❤️❤️

  3. Lotte schreef:

    Wat mooi Ier. Ik was laatst met mijn buurman (40+) aan het praten en stak mijn arm uit, dus je zag een litteken die vrij zichtbaar was. Hij vroeg: ‘Wat heb jij daar zeg?’ ‘Hoe kom je daar nou aan?’. Dus ik zeg: ‘Ja dat heb ik zelf gedaan.’ Dwars erdoorheen: ‘Ben je door een raam gevallen ofzo?’. Ik: ‘Nee, ik ben al 8 jaar depressief’ (om het maar even ‘simpel’ te houden). Toen viel het kwartje pas.

    Awkward. Net als laatst een meervoudig gehandicapte vrouw van 35 met ontwikkeling van 8-jarige waarop ik pas. ‘Wat heb jij daar nou?’. Ik: ‘wat?’. Zij: ‘Die strepen. Of is dat een afdruk?’. Ik: ‘Ja is vast een afdruk van mijn shirt.’

    Soms wel lastig, maar je leert er mee om gaan.
    ❤️

  4. DJ schreef:

    Weer zo mooi opgeschreven & gedacht. Super-Iris !!! Xxx

  5. Riet schreef:

    Ontroerend…zeker ook de laatste zinnen.

    En zo fijn dat je weet dat er leven is na depressie.
    Rotziekte !!
    Maar….gelukkig kan een mens de weg naar leven terug vinden.
    Niet zomaar, jouw armen bewijzen de strijd die je voerde

    Deze blog zal mensen helpen Iris.
    Degene die denken dat het niet meer goed komt, die denken dat het donker zal blijven….

    Trots op je! Vertel het verder, dat is zó belangrijk……

  6. Martin Olden schreef:

    Lieve Iris, wat prachtig geschreven. Je verhaal raakt ons. We zijn super trots op je. Liefs, Joyce en Martin

  7. Véronique schreef:

    Prachtig omschreven, denk dat alles op psychische vlak moeilijk is uit te leggen. Maar dit is zo tastbaar….

  8. Mandy schreef:

    Oh wauw, prachtig geschreven.. ik heb dit probleem ook heel vaak, gelukkig zijn de littekens nu wel een beetje weggtrokken, maar ik heb vooral ook veel brandwonden door automutilatie en die zijn nog wel heel goed zichtbaar. Altijd lastig als mensen en vooral kinderen inderdaad er over beginnen maar ik verstop mezelf niet langer meer. Knap dat je deze blog hebt geschreven en een goed antwoord bedacht hebt. Je foto is heel herkenbaar “ the cat did it” jammer geloofde ze dat allemaal niet meer na de 3e keer het smoesje gebruiken.

  9. Ellen schreef:

    Zo mooi omschreven. Ik ben ook zeker van mening dat je/we het niet hoeven te verbergen. Jij bent ok, ik ben ok, in wat voor vorm dan ook. Het is een deel geweest van ’t leven voor sommige van ons en dat is zichtbaar gebleven. Voor mij een teken van overwinning en kracht. Ik hoop voor jou ook. Je bent prachtig Pier.

  10. Mieke schreef:

    Erg herkenbaar! En wat een mooi antwoord heb je bedacht! Mag ik die “lenen” als ik hem nodig heb???

  11. Manon schreef:

    Wat een prachtige blog, dankjewel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *